Plato deel 1

9035113810.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_ (2)
De kop is er af, Verzameld werk deel 1 van Plato is gelezen. Nog 16 delen te gaan in deze mooie serie in een vertaling van Hans Warren en Mario Molegraaf. Dit deel bevat vier kleinere werken met een ironische ondertoon, te weten Euthydemos, Ion, Menexenos en Hippias. De hoofdrol in al deze verhalen is weggelegd voor de leraar van Plato, Sokrates. Plato vertelt in wezen zijn eigen verhaal door de mond van zijn meester; Sokrates zelf heeft niets op schrift nagelaten.

Plato des te meer en al zijn werken zijn goed bewaard gebleven. Toch geloofde hij dat een gesprek filosofie beter kon overbrengen dan een geschrift, vandaar de gekozen dialoogvorm. Daarbij is dialoog dan weer een groot woord, het zijn ook vaak lange monologen van Sokrates met korte antwoorden van zijn gesprekspartner. Wellicht was ik wat beducht om filosofische verhandelingen te gaan lezen maar dat was onterecht. De verhalen zijn prima te volgen, hoewel ik mij kan voorstellen dat de vertaling af en toe aardig wat hoofdbrekens gekost heeft.

Het eerste verhaal Euthydemos is een vrolijk gesprek tussen Sokrates en Kriton over twee woordkunstenaars, Euthydemos en Dionysodoros. Sokrates vertelt hoe de twee allerlei stellingen van Kleinias weerleggen en dat ook vooraf hadden aangekondigd. De onderwerpen zijn onder meer verworven kennis en het belang van het juist aanwenden van die kennis;

…moet je alles kennen om een kenner te zijn?’
‘Welnee, bij Zeus,’ was mijn reactie, ‘er zijn zo veel andere zaken waar ik geen kennis van heb.’
‘Als je iets niet kent, ben je geen kenner.’
‘Daarin niet, m’n beste,’ zei ik.
‘Desondanks ben je geen kenner!’ zei hij. ‘Terwijl je zojuist zei een kenner te zijn. Je ziet het: je bent wat je eigenlijk bent en toch ook weer niet, op hetzelfde moment en met betrekking tot hetzelfde.’

En dit soort redeneringen zitten er veel meer in, daarom leek mij een vertaling niet makkelijk. Ik kreeg vaak de neiging om in zo’n discussie te springen om mijn eigen argumenten aan te dragen of zaken te weerleggen waar de heren wat al te kort door de bocht gingen. Dat leek mij geen slecht teken, het was vermakelijk om te lezen.

In het tweede verhaal Ion steekt Sokrates de draak met de rapsode Ion. Een rapsode is een rondtrekkende zanger die gememoriseerde gedichten en verhalen voordraagt, waarvan Homeros de bekendste is. Plato, bij monde van Sokrates, geeft er zijn visie op het dichterschap en kunstenaarschap in het algemeen. De conclusie is uiteindelijk dat grote kunst ontstaat in momenten van vervoering, niet als het verstand in de weg staat. De kunstenaar als tolk van de goden. Ook dat gaat weer volgens onnavolgbare dialogen;

‘En ben jij niet de beste rapsode van Griekenland?’
‘Vèruit, Sokrates’
‘Ben je ook de beste veldheer van Griekenland, Ion?’
‘Nou en of, Sokrates, en dat komt door mijn Homeros-studie.’
‘Maar hoe is het dan in godsnaam mogelijk, Ion, dat jij, die van de Grieken de beste veldheer én de beste rapsode bent, als rapsode door Griekenland rondtrekt maar nog nooit een leger leidt?’

In Menexenos gaat het over een redevoering waartoe Sokrates wordt uitgedaagd om die te houden bij een jaarlijkse plechtigheid in Athene, waarbij de gevallenen in een gemeenschappelijk graf werden bijgezet. Sokrates geeft aan dat hij dit zou kunnen, maar het verwordt tot een parodie op de redenaars van zijn tijd. Hij houdt een betoog waarin geen enkele twijfel doorklinkt, terwijl hij juist gewoon is alle zekerheden te ondergraven. Het is een verhaal vol roem en glorie, terwijl het Atheense rijk juist in die periode ten onder ging.

In Hippias tenslotte praat Sokrates met de sofist Hippias. De sofistiek is een filosofische periode in de 2e helft van de 5e eeuw v.C. waarin de nadruk ligt op het spreken en debatteren in het openbaar waarbij gebruik werd gemaakt van een grote encyclopedische kennis en eigen waarneming. Ook dit is een prachtig gesprek wat leidt tot een opmerkelijke conclusie;

‘Wie zich dus opzettelijk misdraagt, slechte en onrechtvaardige dingen doet, Hippias – àls er zo iemand bestaat – moet wel de goedheid in eigen persoon zijn.’

Gaat u vooral zelf eens lezen hoe Plato, hier Sokrates, bij deze conclusie is uitgekomen. Het is wel kenmerkend voor hoe Plato werkt overigens. Zijn leraar Sokrates wordt wel gerekend tot de sofisten, hoewel Plato keer op keer in zijn werk het tegengestelde wil aantonen. Als het al zo is, dan bestrijdt hij hen met eigen wapens en laat hij hier de sofist Hippias in zijn eigen zwaard vallen.

Vertaling: Hans Warren en Mario Molegraaf

2 reacties
  1. Hoi Koen, een mooie bespreking! Ik vind deze serie van 17 boekjes met de dialogen van Plato in de vertaling van Hans Warren en Mario Molegraaf prachtig uitgegeven, een sieraad voor de boekenkast en vooral ook mooi om te lezen. Er zijn meerdere vertalingen van de dialogen. Het verzameld werk is 2 keer eerder uitgegeven, een keer met als vertaler Xaveer de Win, wiens vertaling onleesbaar schijnt te zijn. Verder is er een vertaling door studenten van de school voor filosofie, waarvan ik een paar deeltjes gelezen heb, maar die ook niet echt in soepel Nederlands zijn vertaald. Mooi dat Warren en Molegraaf het hebben aangedurfd om samen eerst oud-Grieks te leren en vervolgens alles van Plato te vertalen. Groetjes, Erik

  2. Hey Erik, ik heb inderdaad gekeken welke vertalingen er waren en toen bewust voor deze serie gekozen. Ben ook vast van plan het hele werk te gaan lezen, Dit was echt een prima (bijna) eerste kennismaking in ieder geval, het is inderdaad een erg mooie serie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: