Jan van Nijlen

7c3ec7bc211c7c2597251776951444341587343_v5
Waarom zou je een biografie over de Vlaamse dichter Jan van Nijlen (1884-1965) gaan lezen? Ik ben benieuwd hoeveel mensen hem überhaupt kennen. Toch was ik erg benieuwd naar De wereld is zoo schoon waarvan wij droomen door Stefan van den Bossche.

Ik kwam Jan van Nijlen tegen in de boeken over Jan Greshoff en Geert van Oorschot en zijdelings in die van Jeroen Brouwers. Mijn interesse in de Nederlandstalige literatuurwereld en poezië deed de rest. Het is een prima leesbare biografie van 670 pagina’s en dat was geen makkelijke opgave, want Jan van Nijlen heeft zijn leven lang zijn best gedaan om weinig tot niets over zijn privé-leven prijs te geven.

Nu is ‘prima leesbaar’ wellicht geen jubelende kwalificatie en dat heeft te maken met de gebiografeerde zelf én de auteur. Heel eerlijk gezegd; er gebeurt ook weing in het leven van Jan van Nijlen. In ieder geval weinig dat hijzelf initieert. Hij is honkvast en reist weinig tot niet, hij schrijft gedichten en kritieken over (met name Franse) literatuur en hij is ambtenaar met een smetteloze carrière op een vertaalbureau van het Ministerie van Justitie, waar hij het schopt tot directeur. Ook trouwt hij en krijgt twee kinderen. Als ik het dan over ‘prima leesbaar’ heb, geeft dat aan dat Van den Bossche een voor mij interessant boek heeft geschreven die weliswaar Jan van Nijlen als vertrekpunt heeft, maar evenzeer een beeld geeft van de Nederlandstalige literaire wereld in die tijd.

Zijn jonge jaren leveren nog wat turbulentie op door een vlucht naar Parijs en een verblijf in een Arnhems sanatorium. In de Eerste Wereldoorlog vlucht Van Nijlen met zijn vrouw ook naar Nederland waar ze opgevangen worden door Jan Greshoff. Na de oorlog keert hij terug naar België waar hij zich stort op zijn bijdragen voor allerlei literatuurtijdschriften, zijn gedichten en zijn werk bij de vertaaldienst. Zo bescheiden als hij is als persoon, zo stevig kunnen toch de kritieken zijn die hij schrijft. Hij ziet er geen been in om af te rekenen met het letterkundig leven van die tijd;

Ook gebeurt het wel eens dat men in de boeken en tijdschrift-bijdragen van dit zestig man sterke leger van Vlaamse letterkundigen een goede brok proza aantreft of een lief vers. Dit is echter zeldzaam, en het zou dan ook heel verwonderlijk zijn dat na jaren stiel, zelfs de minst bevoordeelde, niet eene toevallige vaardigheid verkreeg. Men voelt zich wee worden van al dat geliteratuur waar zoo weinig menschelijkheid in steekt en zoo bitter weinig leven!

Voilà, daar kunnen ze het mee doen. In de Tweede Wereldoorlog maakt Van Nijlen een persoonlijk drama mee als hij zijn zoon verliest. Charles overlijdt aan dysenterie in een kamp nadat hij is gearresteerd voor verzetswerk. Hij blijft wel dichten en put vaak uit zijn herinneringen maar ook uit ontmoetingen of alledaagse dingen. Hij breekt door als dichter en Greshoff zorgt voor een hulde-nummer voor Jan van Nijlen van zijn eigen tijdschrift De Witte Mier. Simon Vestdijk verwoordt het weer in het tijdschrift Groot Nederland als volgt;

Men maakt kennis met een vers van Van Nijlen, men kent het al, men heeft het altijd al gekend, het lijkt een ietwat vervelend, een wat mat en onbeduidend vers. Totdat men merkt, dat enkel Van Nijlen dit vers had kunnen schrijven, en wat meer zegt, dat het, in plaats van vervelend, alleen maar niet briljant is. Deze verzen zijn mat en dof op de goede wijze…; en leest men er tien, of twintig van, dan zullen ze elkanders schaduw ondersteunen, zoals bladeren, die hun picturale waarde ontlenen aan het gezamelijk gevormde lommer.

Van Nijlen ziet zijn vakmanschap bevestigd in verschillende prijzen. Toch blijft hij zijn teruggetrokken zelf. Op zijn gemak bij vrienden, maar hij blijft waar hij is. De vriendschap met Eddy du Perron is erg belangrijk en over hem zal hij zijn herinneringen te boek stellen. Die bespreking volgt nog. Ook maakt hij nog mee dat zijn zus, die in een klooster zit, vastgezet wordt vanwege financiële malversaties. Het zijn de weinige privé-gebeurtenissen die wel naar buiten komen, of het moet de getuigenis zijn van mevrouw Greshoff, die uit de doeken doet dat Jan van Nijlen, toen hij te diep in het bierglas gekeken had, in het bed van zijn dochter in slaap was gevallen. Zijn vrouw voer daarop verschrikkelijk tegen hem uit (’Jan van Nijlen, ge zijt een zot!’).

Natuurlijk wordt de biografie gelardeerd met foto’s en delen uit zijn gedichten. Die laat ik even voor wat ze zijn, zijn gedichten ga ik nog bespreken. Hoewel, voor als niemand Jan van Nijlen denkt te kennen; zijn gedicht “Bericht aan de reizigers” staat al sinds 2011 op het Centraal Station Antwerpen aangebracht. Het begin daarvan luidt;

Bericht aan de reizigers

Bestijg de trein nooit zonder uw valies met dromen,

dan vindt ge in elke stad behoorlijk onderkomen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: