Jean Nelissen

eb4e3e07e05c595597277737467444341587343_v5
De (sport)journalisten Jean Nelissen en Mart Smeets zijn voor mij als geen ander verbonden met mijn herinneringen aan het Nederlandse wielrennen. Zij gaven het voor mij kleur en ik mis ze nog steeds als ik naar die sport kijk. Helaas is Jean Nelissen in 2010 al overleden en ik heb onlangs zijn biografie Jean van Bart Jungmann gelezen. Het is geen dik boek, 230 pagina’s, maar het heeft de mens Nelissen wat dichterbij gebracht.

Jean Nelissen had een groot archief over wielrenners. Hij kocht de kiosk leeg om alle berichten over alle renners eruit te (laten) knippen en ze in mappen op te bergen. Daarvan maakte hij voor zijn verslaggeving handige steekkaartjes; als een renner in beeld was wist Jean tot en met familie in de derde graad weetjes op te dissen. Een handigheid, maar Nelissen was een goed journalist. Hij gebruikte en maakte contacten in en rondom het peloton om zijn informatie te verkrijgen. Hij zette de sporter centraal in zijn geschreven verhalen, net als Mart Smeets en Kees Jansma dat bij dagblad De Tijd ook deden. Het moet wel gezegd, en dat doet Jungmann dan ook; Nelissen hanteerde wel het adagium dat de waarheid een smeuïg verhaal niet altijd in de weg mag staan. Hij was geen fantast, maar een verhaal aandikken was hem niet vreemd.

Hoewel Nelissen voor mij met het wielrennen verbonden is, is hij begonnen als sportjournalist in het voetbal. Hij maakte de start mee van het betaalde voetbal in Nederland bij Fortuna ’54. Ook wist hij, als enige journalist, Jan Cremer te strikken voor een interview toen diens roem op een hoogtepunt was. Nelissen was er ook vroeg bij als het op doping aankwam. In een experiment liet hij zich drogeren om zo de effecten van een pepmiddel aan den lijve te ondervinden. Die effecten waren ’s avonds in zijn verslaggeving van een voetbalwedstrijd nog merkbaar, zo tekent de Haagse Post op;

‘Jean Nelissen is uitermate spraakzaam en maakt zelfs een lichtelijk ongecontroleerde, agressieve indruk wat zich enkele uren nadien tijdens een felle woordenwisseling met een suppoost bij de voetbalwedstrijd Fortuna-GVAV nóg zal manifesteren.’

De belangstelling voor doping was actueel, want Nelissen was bij het overlijden van Tom Simpson op de Mont Ventoux. Amfetamines hebben hierbij een rol gespeeld.

Dan wil ik het even hebben over de stijl van ‘De Neel’. De Belgische wielercommentator Mark Vanlombeek plaatst Jean Nelissen in een generatie van tv-commentatoren die in uitroeptekens sprak. Met bombast, zwier, improvisatie en vakmanschap. Maar dat alles ging vaak in een kleine snelkookpan;

Zo aanstonds zien we het panneau van de laatste duizend meter. Nog duizend meter. Ziet u het panneau hangen, die omgekeerde driehoek? Duizend meter nog. De spanning stijgt. Wat een spanning in de laatste meters. Krijgen we hier een vierde Nederlandse ritzege? Johan Lammerts die nu op kop rijdt. Jawel! Lammerts op kop. Nog altijd, na vijf uur, zes minuten en 24 seconden. Nee! Het is Pedersen die wint voor, jammer, Johan Lammerts.

Ik hoor het hem zeggen. Met Mart Smeets vormt hij van 1979 tot 1997 een duo dat de Tour de France zou gaan verslaan. Jean Nelissen met de kennis, Mart Smeets met de journalistieke vraagtekens. De laatste leert wijze lessen van Nelissen, zoals wanneer de broer van een sponsor Smeets’ hoofd graag wil verbrijzelen met een steeksleutel na een opmerking over die sponsor. Jean maant Smeets tot enige omzichtigheid;

‘Kom niet aan het bestaan van die mensen, want ze zijn slechter dan jij in je hele opvoeding bent tegengekomen. Je kent hun manier van leven niet. Ik ken die wel. Ik kom daar vandaan.’

Privé zou Nelissen twee maal trouwen maar die relaties houden geen stand. Met zijn tweede vrouw betrekt hij zelfs een heus kasteel, kasteel Geulzicht in Berg en Terblijt. Hij is slim in zijn nevenactiviteiten, hij doet bijvoorbeeld ook in verzekeringen. Minder slim is zijn grote zwakte, de drank. Nelissen is zijn leven lang een grote innemer en het zou uiteindelijk leiden tot zijn dood. Het komt uitgebreid aan bod in dit boek, maar het is niet zoals ik mij hem wens te herinneren. Dat is door wapenfeiten als het claimen van het woord ‘virtueel’, om aan te geven wanneer iemand theoretisch in bijvoorbeeld de gele trui rijdt. Dat is door zijn fenomenale kennis en woordgebruik die mij zo graag naar de koersen deden kijken, dat is het door zijn claim aan de wieg te hebben gestaan van de Amstel Gold Race. Dat die werkelijkheid genuanceerder ligt maakt even niet uit. Nooit een mooi verhaal stukchecken, aldus Jean zelf.

4 reacties
  1. Ik ben op de leeftijd dat ik hem elke jaar meegemaakt hebt. Ik hield wel van zijn manier van commentaar geven. Mooi stuk van je.

  2. Dank, ik hield er ook van en mis het echt als ik het huidig commentaar hoor. Zijn “Tour de Jean” in de Avondetappes waren ook mooi, ze zijn nog deels terug te kijken op het Youtube-kanaal van Mart Smeets

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: