Stefan Zweig

9200000114812238
Toen Fantastische nacht en andere verhalen van Stefan Zweig uitkwam hoefde ik niet te twijfelen. Ik had Schaaknovelle al gelezen en was erg benieuwd naar ander werk van Zweig. In dit boek van bijna 650 pagina’s staan naast Schaaknovelle nog zeventien andere verhalen en ik heb er zonder uitzondering van genoten.

Nu heb ik in mijn aantekeningen hele korte samenvattingen gemaakt van al die verhalen maar het heeft weinig zin die allemaal weer te geven. Ik zit mij meer af te vragen wat het is waarom die verhalen mij zo aanspreken. Zweig schrijft toegankelijk en er zit vaak een element van spanning in. Het gaat over menselijke afgronden en hartstochten en over emoties die broeien onder het beschaafde oppervlak van het alledaags bestaan.

Een mooi voorbeeld daarvan is het verhaal Vierentwintig uur uit het leven van een vrouw. Daar ontstaat een discussie onder de gasten van een pension over een vrouw die man en kinderen in de steek laat voor iemand die ze net heeft ontmoet. Verderfelijk, volgens de meesten, maar verdedigd door de vertelster die aangeeft dat hier redenen voor kunnen zijn. Zweig gebruikt dit om een andere gast een verhaal te laten vertellen uit haar verleden over een goklustige jongeman. Zij wilde hem voor zelfmoord behoeden en zou op enig moment, hoewel ze hem verder niet kende, zo met hem meegegaan zijn om zijn leven te delen.

Dat doet Zweig vaker. Een verhaal beginnen waarvan je benieuwd bent hoe dat afloopt, maar dit gebruiken om iets heel anders te vertellen. De dochter van Salomonsohn die hij ’s nachts betrapt op de gang in het hotel als ze uit de kamer van een man komt is niet meer dan de aanleiding tot het verhaal over het verval van de man zelf.

Verval, dood en (gedachte aan) zelfmoord is wel een thema dat vaak terugkomt. Het speelt een rol in Leporella over Crescenz, de schonkige dienstbode uit het Zillertal en in het prachtige verhaal Angst, waarin een vrouw vreemdgaat en wordt afgeperst.

Ook de oorlog speelt soms een rol. De dwang vertelt het verhaal van een Duitse schilder in Zwitserland die opgeroepen wordt voor dienst. Hij wil niet maar voelt de grote dwang om toch te gaan. Boekenmendel gaat over de Joodse Jakob Mendel die dagelijks in een Weens koffiehuis zat, verdiept in zijn boeken en met een fenomenaal geheugen van het totale boekenaanbod in Wenen. Hij is zo verdiept in zijn boeken dat de oorlog geheel aan hem voorbij gaat. Hij stuurt onverstoord maar vol naïviteit brieven naar Engeland en Frankrijk met de vraag waarom de laatste nummers van zijn abonnementen niet meer naar hem verstuurd worden. Tot de Duitsers daar lucht van krijgen en de arme Mendel oppakken.

De schrijfwijze van Zweig is een verhaal apart. Hij heeft een gave om een gemoedstoestand, een sfeer of een gebeurtenis uitgebreid te beschrijven zonder dat het saai wordt. Waar ik voor mijzelf vaak aantekeningen maak om een treffend citaat te vermelden heb ik dat nu niet gedaan. Dan kan ik het hele boek wel weergeven. Ik sla het boek zomaar open en lees in het verhaal Fantastische nacht. Een rijke jongeman bemerkt een psychisch defect bij zichzelf, namelijk de afwezigheid van emoties. Die hervindt hij als hij, met onrechtmatig verkregen geld, ’s avonds in het Prater belandt. Zweig vertelt;

Mijn hele, leeg voorbijgegane leven was plotseling teruggestroomd en hoopte zich op bij mijn keel. En hoe ik ook gekweld werd door mijn zinloze waan om te blijven…ik genoot van die kwelling…En hoe meer dat uur vorderde, des te meer drong de nacht op. De kramen doofden stuk voor stuk het licht, en dan viel steeds als een opkomende vloed de duisternis in, slokte de lichte plek in het gras op….Een kwartier nog, dan zouden de gevlekte houten paarden stilstaan, de rode en groene gloeilampjes op hun onnozele koppen zouden uitgaan, het opgeblazen orkestrion zou ophouden met stampen.

Een pagina later staat de man er nog, maar dat geeft niet. Dit nodigt uit tot ‘slow reading’ wat mij betreft, iets dat ik ook bij Sebald heb en wat mij betreft een absolute aanbeveling is. Je leest dan niet over dit soort pareltjes heen;

Maar het toeval heeft diamanten boren, en het lot, gevaarlijk listig, ziet vaak kans om zich vanuit de meest onverwachte positie toegang te geven tot de rotsachtigste natuur en daar grote schokken teweeg te brengen.

De blinde oude man die denkt dat hij nog een prachtige verzameling etsen heeft, de lichtzinnige en de vrome zus, de brief van het gestorven overbuurmeisje, de wanhopige man die in de kroeg van een Franse havenstad wordt afgeblaft door een serveerster maar toch blijft, de jongen die zijn moeder redt van een heilloos avontuur, de jongeling die ’s nachts gekust wordt en wil uitvinden door wie, de zakkenroller in zijn kanariegele manteltje; het zijn stuk voor stuk aanbevelingen om de verhalen te gaan lezen.

De Schaaknovelle heb ik herlezen in een nieuwe vertaling van Ria van Hengel en het meest opvallende verschil is de uitroep na het verslaan van de wereldkampioen schaak door een onbekende uitdager. Ernst van Altena vertaalt dit als “Zie zo! Afgemaakt!”, waar Van Hengel dit weergeeft als “Zo! Afgelopen!”. Dat is toch een verschil en ik heb de originele tekst niet gezien maar ben daar nu toch benieuwd naar. Overigens leuk om de geleerde Franz Joseph Gall in dit verhaal weer tegen te komen.

Vertaling; Ria van Hengel

4 reacties
  1. Nou heb ik zelf ook geschaakt. Of dat verschil maakt, weet ik niet maar ik vond Die Schachnovelle meesterlijk. Nu zit ik wel te dubben welke vertaling van de uitroep ik het beste vind. Ik ga eens kijken of ik mijn originele Duitse exemplaar nog ergens in een doos heb zitten. De Nederlandse staat gewoon in mijn boekenkast, maar daar schiet ik nu dus even niets mee op.

    • Dat hangt dus een beetje af van de originele tekst, dus dat wil ik graag weten. Ergens vermoed ik dat de eerste een wat vrije vertaling is maar ik vind hem wel krachtiger. Maar het verhaal is inderdaad meesterlijk en de rest is ook echt prachtig. Zeer de moeite waard!

      • Ik kan mijn originele zo vlug niet vinden. Als ik hem al nog heb. Ik heb de Nederlandse naar beneden gehaald. Morgen maar eens herlezen, want we kunnen toch nergens naartoe. Ik heb de vertaling van Willem van Toorn. Benieuwd wat die er van gemaakt heeft.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: