Emigrés

f80b6c852da937c5975365a7467444341587343
In zijn boek De emigrés schept W.G. Sebald een aantal portretten van zogenaamde “Ausgewanderten”. Dat is de originele titel van het boek en het slaat op de levens van vier (half)joden die Duitsland verlieten om zich te vestigen in Zwitserland, Frankrijk, Engeland en de Verenigde Staten.

Het is geen dik boek, 254 pagina’s, maar het is prachtige literatuur. Het eerste portret grijpt mij al direct als de schrijver, in zijn zoektocht naar een onderkomen in Norwich, stuit op een chirurg in ruste, dr. Henry Selwyn. Deze was ooit gelukkig met zijn vrouw maar zorgt nu alleen voor de tuin achter het grote, leegstaande appartementencomplex. De mannen spreken elkaar vaker en zo wordt de achtergrond van dr. Selwyn langzaam aan duidelijk. Dr. Selwyn leidt de schrijver rond in de tuin;

Door het struikgewas aan de zuidkant van het gazon leidde een pad naar een met hazelaars omzoomde gang. In de takken, die zich boven ons sloten tot een dak, waren grijze eekhoorns in de weer. De grond was dik bezaaid met de doppen van de opengebroken noten, en honderden herfsttijlozen vingen het spaarzame licht op dat binnendrong door de reeds droog ritselende bladeren. De hazelaarsgang eindigde bij een tennisveld, waar een witgekalkte bakstenen muur langs liep. Tennis, zei dr. Selwyn, used to be my great passion. But now the court has fallen into disrepair, like so much else around here.

Een tuinbeschrijving is één ding, maar Sebald vult dat aan met een in vervalling geraakt tennisveld, een stukje in het Engels én ondersteunt dit nog met een niet eens zo heel duidelijke foto (zie hieronder); dat maakt de vertelling erg sterk.

IMG_7013 (002)
Ook het verhaal van zijn oude schoolmeester, die hij op het spoor komt door een overlijdensadvertentie, is prachtig. Het langste verhaal in het boek gaat over zijn oudoom Ambros Adelwarth. Die heeft een avontuurlijk leven achter de rug en de schrijver gaat dit na, deels door informatie uit een oude agenda van zijn oom, die ook afgebeeld staat in het boek. Hierin speelt hij ook met fictie en werkelijkheid, als hij denkt zijn oudoom Ambros met zijn reisgezel Cosmo denkt te zien;

Soms dacht ik dat ik hen door een deur of in een lift zag verdwijnen of een straathoek zag omslaan. Dan weer zag ik hen werkelijk, zittend aan de thee buiten op de binnenplaats of in de hal, bladerend in de nieuwe kranten waarmee de chauffeur Gabriel elke ochtend vroeg in een halsbrekende rit van Parijs naar Deauville kwam aanrijden. Ze waren, zoals de doden meestal zijn wanneer ze in onze dromen opduiken, stom en leken enigzins bedroefd en gedeprimeerd…Als ik hen naderde, losten ze voor mijn ogen op, niets anders achterlatend dan de lege plek die ze zojuist nog hadden ingenomen.

Het laatste verhaal, over de naar Manchester uitgeweken kunstschilder Ferber vind ik het mooist. De auteur ontmoet hem in zijn atelier in Manchester. Een stad waar de treurigheid vanaf druipt en ook dat wordt fraai weergegeven. Nog mooier is de beschrijving van het atelier van de schilder, waarin stof belangrijk is;

Het was voor hem altijd van het grootste belang geweest, zei Ferber eens terloops, dat er niets in zijn werkruimte veranderde, dat alles bleef zoals het geweest was, zoals hij het had ingericht, zoals het nu was, en dat er niets anders bij kwam dan het afval dat bij het vervaardigen van de tekeningen en schilderijen ontstond, en dat het stof dat onafgebroken neerdaalde en dat hem, zoals hij langzaam leerde begrijpen, vrijwel het dierbaarste ter wereld was. Stof, zei hij, stond hem veel nader dan licht, lucht en water. Niets was voor hem zo onverdraaglijk als een huis waar stof werd afgenomen, en nergens voelde hij zich prettiger dan daar waar de dingen ongestoord en gedempt mochten blijven liggen onder de grijsfluwelen sinter die ontstaat als de materie, ademtocht na ademtocht, tot niets vergaat.

Het zijn soms best lange zinnen, maar in mijn vorige bespreking gaf ik al aan dat dit boeken zijn voor trage lezers. Dat geldt ook hier, hoewel ik er toch vlot doorheen las. Het leent zich echter wel voor herlezing, al was het maar om subtiliteiten niet te missen van de vlindervanger die, hoewel het gaat om verschillende verhalen in verschillende situaties, toch door het hele boek weer opduikt. Dat wil je niet missen.

Vertaling; Ria van Hengel

2 reacties
  1. Maaike B zei:

    Haha, dat stof! Ga ik aan denken als ik me weer eens erger aan het stof hier in huis. Boek klinkt fijn. Gaat op mijn lijstje.

  2. Ja toch? Koester die ellende gewoon 🙂 Ik heb nog twee boeken staan van Sebald, ze bevallen me prima!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: