Ongewenste zeereis

3a782b3066474a85932436a5551444341587343
Ongewenste zeereis is een bundeling van een aantal essays van Maarten ’t Hart. De meeste artikelen verschenen in het NRC Handelsblad en zijn nog eens bewerkt voor dit in 1979 verschenen boek.

Nu ben ik een liefhebber van het werk van Maarten ’t Hart en zeker van zijn essays, maar dit vond ik toch niet zijn sterkste bundel. De essays zijn verdeeld over vier onderwerpen, te weten vrouwen & discriminatie, biologie, schrijvers & dichters en reizen.

Het onderwerp vrouwen & discriminatie leende zich blijkbaar voor een aantal essays en ’t Hart pakt een aantal clichés bij de kop die volgens de schrijfster Andreas Burnier steeds terugkeren in de top-wereldliteratuur. Zo is er het cliché van de vrouw als held, ‘ondanks dat zij een vrouw is’. Ik moet altijd mild glimlachen als ’t Hart hier zijn belezenheid laat zien;

Bij Dostojewski, bij Ljeskov, bij Gontsjarow en bij Toergenjev vinden we respectievelijk Marja Sjatowa uit De demonen, Lady Macbeth …, de grootmoeder uit De steile helling, en de grootmoeder uit Poenin en Baboerin – vier vrouwen die elke man in heldhaftigheid en grootheid overtreffen. Zelfs meisjes worden vaak voorgesteld als dapperder dan jongens, denk maar eens aan de meisjes uit Other voices, other rooms van Truman Capote…

Ik dacht daar helemaal niet aan en dat weet ’t Hart, maar hij dus wel en ook uit dit boek blijkt weer dat de man een fenomenale kennis heeft van allerlei schrijvers en hun werk. Die sectie vind ik ook verreweg het meest interessant om te lezen. De ontwikkeling van Italo Svevo van pessimist naar optimist, de schrijver Anthony Trollope als inspiratie voor Tolstoj, de rol van de wind in het werk van Joseph Conrad, de classificatie van de romans van Vestdijk, het zijn stuk voor stuk lezenswaardige essays. Het stuk over Leopardi heeft mij direct zijn Canti doen bestellen en wat een geluk dat ik het exemplaar van de overleden dichter Menno Wigman kon bemachtigen.

Omdat ’t Hart van huis uit bioloog is, was ik ook benieuwd naar zijn stukken over dit onderwerp. Dat viel wat tegen. Het zijn maar vijf essays en ik ben nu eenmaal niet heel benieuwd naar het wel en wee van de wimperspitsmuis. We betrappen de auteur, ochtendmens als hij is, wel op een mooi stukje lyriek over de vroege morgen;

Nooit heb ik mooier zonsopgangen gezien dan in die jaren, nooit ook beter beseft dat de mooiste tijd van de zomerdag de heel vroege morgen is. Als van alle sloten en vlieten trage nevels opstijgen en de zon in duizenden dauwdruppels in weilanden wordt weerkaatst terwijl rustige reigers traag over de landerijen vliegen en de lucht nog schoon en fris is, moet je door een polder fietsen om even de illusie te hebben dat je vat kunt krijgen op doel en bestemming van het leven.

Om even later dan weer te keer te gaan tegen de discriminatie van de dauwtrapper. De vroege vogel kan ’s morgens immers geen film of voorstelling bezoeken. De stukjes over het onderwerp reizen boeiden mij maar matig, behalve degene waarin hij op de fiets stapt met Maarten Biesheuvel. Dat had van mij dan weer eindeloos lang mogen doorgaan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: