Grand Hotel Europa

902952622X.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
De laatste roman van Ilja Leonard Pfeijffer, Grand Hotel Europa is een dikke pil van bijna 550 pagina’s en het is wat mij betreft één van de beste romans die ik ken. Het is maar gezegd.

Een schrijver met dezelfde naam als de auteur neemt zijn intrek in een oud hotel, Grand Hotel Europa, om zijn verhaal op te tekenen van zijn verloren liefde, de Italiaanse Clio. Het is een hotel met vergane glorie. Het heeft een jonge piccolo, de uit Afrika gevluchte Abdul, een majordomus voor de lopende zaken en een nieuwe Chinese eigenaar, de heer Wang. Er zijn een paar vaste bewoners. De Griekse reder Volonaki, de Franse dichteres Albane, de oude geleerde Patelski en de vroegere eigenaresse van het hotel, die huist in de onvindbare kamer met nummer 1.

De auteur vertelt het verhaal over hoe hij zijn geliefde heeft ontmoet. Clio is een Italiaanse kunsthistorica met de schilder Caravaggio als specialisme. Als zij een baan aangeboden krijgt in Venetië volgt de schrijver haar. Er zijn voortdurend flashbacks naar hun avonturen samen, want ze zijn op zoek naar een verdwenen Caravaggio. Dat is het ‘spel’ dat ze samen spelen en waar ze elkaar in vinden. Het is al duidelijk dat het niet goed afloopt tussen die twee, hij schrijft over zijn verloren liefde. Verder wordt de auteur benaderd door een aantal kunstenaars die een documentaire over hem willen maken.

Dit zijn de verhaallijnen die vervolgens kunstig door elkaar verweven worden en uiteindelijk uitmonden in een prachtige metafoor over het continent Europa, over het massatoerisme en over migratiestromen.

Om te beginnen is er het verhaal van de piccolo Abdul. Die is gevlucht uit Afrika en heeft een barre reis achter de rug. Dat combineert Pfeijffer tamelijk briljant met de Aeneis van Vergilius. De les is evident, vluchten en migratie is van alle tijden, de geschiedenis herhaalt zich.

Maar dit boek beweegt zich op vele vlakken. Als hij in Venetië is, reflecteert de schrijver over het verleden en hoe men daar nu mee omgaat;

Separatisme komt voort uit heimwee naar betere tijden die al dan niet ooit werkelijk zijn geweest. Het is een verleidelijke gedachte dat de oplossing voor de problemen van vandaag gelegen is in het terugdraaien van de klokken…Dat is de lokroep van het rechtse populisme, dat in de kern van de zaak nostalgisch is…Dat deze nostalgische boodschap massaal weerklank vindt in heel Europa, is een veeg teken. Als een significant en groeiend deel van de bevolking bereid is te geloven dat vroeger alles beter was, kunnen we met recht spreken van een oud en moe geworden continent…

Dat stemt tot nadenken en zo staan er meer passages in het boek. In zijn boeiende gesprekken met de geleerde Patelski heeft hij het over de vijf kenmerken van de eigenheid van Europa. Het gaat over het verdienmodel van alle toeristen die we graag binnen willen halen, de Chinezen voorop. Eigenaar Wang laat dat zien in zijn hotel, Pfeijffer vergroot het uit naar Europa. Die toeristen zijn schadelijk voor Europa, voor Venetië bijvoorbeeld is er al geen weg meer terug. In een interview (op 17:55) zegt Pfeijffer “Er is zoveel verleden in Venetië, dat er geen plek meer is voor de toekomst”. Daartegenover staan de grote aantallen immigranten, die we juist vrezen maar die voor een nieuwe toekomst kunnen zorgen. Volksverhuizingen zijn van alle tijden en de platitudes als het verdwijnen of overgenomen worden van culturen worden mooi genuanceerd;

De botsing van twee culturen leidt niet tot substitutie van de een door de ander, maar tot een nieuwe cultuur, waarin beide op een magische manier tot overwinnaar kunnen worden uitgeroepen…Als Europa islamiseert, zal de islam daar net zoveel van veranderen als Europa.

Het zijn grote thema’s, die helder worden beschreven en die worden afgewisseld met luchtiger verhaallijnen zoals de zoektocht naar de laatste Caravaggio en de te maken documentaire. Toch zijn ook die verhalen goed onderbouwd en leer ik en passant veel bij over waar het geld naar toe gaat dat al die toeristen naar Amsterdam toebrengen. Niet naar verbetering van de stad zelf in ieder geval. Pfeijffer gebruikt met name in deze verhaallijnen uitvergrote karikaturen, zoals de echtparen die in Giethoorn tegen elkaar opbieden wie de meeste authentieke ervaringen in welk land heeft opgedaan, terwijl buiten de Chinezen in file door de kanaaltjes varen. Ook weer iets om over na te denken; wij vinden dat wij waar ook ter wereld unieke ervaringen mogen opdoen om die op onze tijdlijnen te zetten, terwijl we heel benauwd zijn als de wereld hetzelfde bij ons komt doen…

Ik houd van het weelderige en barokke taalgebruik van Pfeijffer. Een elegant handgebaar, nobele trekken, zich verstouten, met name in en om het Grand Hotel wordt deze taal gebruikt en het past er. Als classicus kent hij natuurlijk zijn Aeneis en ook zijn Ilias, want ik kwam mij bekende termen tegen als ‘helmboswuivende Grieken’ en ‘paardentemmende Trojanen’, die ik herkende uit de Ilias-vertaling van M.A. Schwartz. Het mag van mij. De enige zin die ik niet snapte was deze ‘De vierentwintig geborgen stoffelijke overschotten werden verscheept naar Malta, waar ze de dag ervoor waren begraven.’ Wellicht lees ik hem gewoon verkeerd.

Het slot? Ook dat is prachtig. Het oude Europa is geweest, een nieuwe tijd breekt aan. Zo, maar net even anders. Wordt het spel met de Caravaggio uitgespeeld? Ik geef het maar niet weg.

Samenvattend, een zeer rijk boek met weelderig taalgebruik over grote thema’s, doorweven met lichtere verhalen, essay-achtige discussies én een pracht van een beschrijving van de tentoonstelling van kunstenaar Damien Hirst, Treaures from the Wreck of the Unbelievable.

Lees vooral ook de besprekingen van Bettina en Sandra.

Nabrander; na het schrijven van dit stuk ben ik ook andere besprekingen gaan lezen en dan leer je steeds meer. Pfeijffer lijkt zijn inspiratie overal vandaan te halen. Ik haalde zelf al de Ilias van Schwartz aan, maar ik lees over de grandeur van het hotel als in etablissementen uit Dood in Venetië en De Toverberg van Thomas Mann. De dichteres Albane doet ook denken aan Madame Chauchat uit De Toverberg. De zin ‘De organisatie van een congres kost meer tijd dan je denkt, en zelfs als je denkt dat het meer tijd kost dan je denkt, kost het nog altijd meer tijd dan je denkt’ blijkt een verwijzing naar een gedicht van Judith Herzberg. Je vraagt je af waar je nog meer overheen leest. Verder, wat te denken van de drie beschreven Caravaggio’s, waarvan twee een zelfportret bevatten van de schilder en waarin hij zichzelf in de derde als vrouw heeft geportretteerd. Pfeijffer schreef tot nu toe twee Italiaanse romans met zichzelf als (deels) fictieve hoofdpersoon…ik geef het u maar even mee.

2 reacties
  1. Briljant he? Ik vond het een fantastisch boek, fijn dat jij er ook zo enthousiast over bent.

    Groetjes,

  2. Kan niet wachten op zijn volgende boek eerlijk gezegd 🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: