Reynaert

9025363911.01._SX450_SY635_SCLZZZZZZZ_
In mijn bespreking van Stemmen op schrift van Frits van Oostrom gaf ik al aan dat ik enthousiast was geworden door het middeleeuwse verhaal over Reynaert de Vos van de auteur die wij niet anders kennen als Willem. De vertaler van dit boek, Ard Posthuma, was door Stemmen op schrift aangezet om een nieuwe vertaling te maken en dat is het boek dat voor mij ligt.

Het is een beroemd verhaal en wat mij betreft terecht, ik heb er van genoten. Het verhaal van de vos blijkt een oeroud verhaal. Er bestaat al een Mesopotamische Reynaert, overgeleverd op kleitabletten. De vos heeft natuurlijk vele gezichten. Hij is sluw, wreed maar kan ook vertederend zijn. Het zorgt voor een dubbel gevoel door het hele verhaal heen, iets wat de auteur natuurlijk meesterlijk doet. Misschien eerst even naar het verhaal.

Koning Leeuw houdt een hofdag waar alle dieren verschijnen, behalve Reynaert de vos. Vele dieren doen hun beklag over zijn streken. Ysengrin de Wolf zegt dat Reynaert zijn vrouw verkracht heeft. Het hondje Courtois beschuldigt hem van diefstal van een worst. Van Oostrom geeft aan dat Grymbeert de Das het hondje afdoet als een ‘huilerig mietje’, wat te maken heeft met de verjaring van het vergrijp. Overigens is Grymbeert de neef van Reynaert en hij verdedigt hem bij de koning. Dat doet de auteur knap. Tegenover de wreedheden van de vos weeft hij een positieve tegenstem. Zo heeft Reynaert met de vrouw van Ysengrin geslapen, maar geheel tot haar tevredenheid bijvoorbeeld.

Toch doet de haan Cantecleer Reynaert nu even de das om, als deze binnen komt lopen met de hen Coppe op een baar, doodgebeten door Reynaert. De verontwaardiging is groot, evenals de schijnheiligheid. Leeuwen en wolven staan immers ook niet bekend om hun vegetarische inslag. Toch moet Reynaert hangen en dient hij opgebracht te worden. Bruun de Beer mag het eerst proberen. Dat loopt faliekant mis. Reynaert is hem te slim af en Bruun komt meer dood dan levend terug. Dat geldt ook voor de volgende, Tybeert de Kater. Het levert een prachtige scène op met een naakte pastoor die de kat betrapt. Deze werd maar al te vaak wat gekuist voor de jeugdige lezers;

Tybeert gaf zich rekenschap
van het dodelijke gevaar.
en schraapte al zijn moed bij elkaar
en maakte de pastor te schande
met zijn klauw en met zijn tanden
en sprong, als een kat in nood,
de pastoor recht naar zijn kloot
en beet van ’t beursje zonder naad
waar een man de klok mee slaat
de helft af en die plofte neer!

Grymbeert krijgt Reynaert uiteindelijk mee naar het gerecht, maar dan blijkt dat deze al ver vooruit heeft gedacht. Hij kent de zwakke plekken van iedereen en ook de koning valt voor zijn listen. Er mee wegkomen is Reynaert niet voldoende. Hij weet iedereen te overtuigen dat hij op pelgrimstocht gaat om te boeten, maar moet hiervoor een tas en schoenen hebben. Hiervoor worden wolf en beer deels gestroopt. Cuwaert de haas en de ram Belijn vergezellen hem naar zijn burcht waar hij afscheid van vrouw en kinderen mag nemen. Cuwaert overleeft het niet en Belijn zal, zonder het te beseffen, de kop van Cuwaert bij de koning afleveren. Dat zal hem later overigens flink bezuren. Reynaert en zijn gezin ontspringen de dans, hoewel ze ook vogelvrij verklaard worden.

Het is een verhaal waar veel over te vertellen valt. Willem Elsschot was groot fan en dankt zijn pseudoniem (hij heet Alfons de Ridder) aan de auteur van dit verhaal. Als voorinformatie is het essay in Stemmen op schrift onontbeerlijk. Je wil weten wat het beroep nu is van vrouwe Ogerne, die meedoet aan de lynchpartij van Bruun de Beer. Je wil weten wat Firapeel het luipaard ineens doet om alles op te lossen. Je weet ineens dat de auteur begint met zijn naam, maar via een acrostichon er ook mee eindigt. Je weet ineens van de homoseksuele connotatie als Cuwaert de haas door Reynaert ‘kapelaan gemaakt’ wordt als hem het Credo wordt geleerd (daar bestaat zelfs een mooie miniatuur van) en je leert vooral over al die tegenstellingen die je constant voor je kiezen krijgt. Dierenliefde komt er niet in voor, of het moet om de onvoorwaardelijke liefde gaan van Reynaert voor zijn gezin, waarmee hij je toch weer voor hem inneemt, de schurk;

Luister, mijn lieve Hermelijne,
jouw kinderen zijn ook de mijne,
behoed die twee in elk geval,
maar verzorg ook bovenal
mijn kleine Reynardinus goed,
wiens snorhaartjes nu al zo zoet
rondom zijn kleine neusje prijken.

De rijmvorm die gekozen is maakt dat het boek heel prettig doorleest. Eén keer lezen volstaat niet, want het is fascinerend om te zien wat de vertaler er van heeft gemaakt, de oorspronkelijke tekst staat er links naast (Tybeert die haast in katzwijm lag, ik houd van die vondsten) maar ook pareltjes als:

heeft hij de door hem tevoren
in het zand gemaakte sporen
met zijn staart weer uitgewist.

Het boek telt 114 pagina’s, het verhaal laat zich makkelijk herlezen en dat is de moeite waard, ook door de prachtige illustraties van Mance Post.

Vertaling: Ard Posthuma
Illustraties: Mance Post

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: