Vurrukkulluk

7b06c2143e173fa59384a375841444341587343
Remco Campert schreef zijn bekende boek Het leven is vurrukkulluk in 1961. De titel is ook meteen de eerste zin uit het boek, uitgesproken door Panda. Zij is een meisje van 15 loopt door het park in gezelschap van Mees en Boelie. Dit zijn vrienden die er op uit zijn om meisjes te versieren en dat lukt, want Panda gaat met ze mee. Ze gaan naar een café en worden gevolgd door Kees, een oude man. Hij gaat bij ze zitten als ze bier drinken.

Als ze weg gaan blijft Kees hen achtervolgen en dan besluiten ze hem neer te slaan en te beroven van tweehonderd gulden. Er ontvouwt zich een bizarre situatie;

‘Ach, kijk die oude man eens lekker in het zonnetje liggen te slapen’, riep Panda uit. Ze knielde naast hem neer en met een geroutineerd gebaar tastte ze zijn zakken af. ‘Lig je lekker, opa?’ vroeg ze. Voorbijgangers stonden stil en keken vertederd naar het aardige tafereeltje en wensten dat ze ook zo oud waren om zo door hun eigen kleindochtertje vertroeteld en geliefkoosd te worden – en wie weet wel geknepen op gevoelige plekken.

Met het geld gaan ze naar het huis van Boelie en Mees, maar Boelie moet er vandoor naar een afspraak voor een interview met journalist Ernst-Jan Zoon. Mees gaat naar bed met Panda, maar het schiet niet echt op tussen die twee. Boelie gaat mee met Ernst-Jan en probeert diens vrouw Etta te versieren.

Ondertussen kopen Mees en Panda drank van het buitgemaakte geld voor een feest. Ene Tjeerd loopt nog door het verhaal heen die de beroofde Kees probeert te helpen. Kees, die een oude bekende blijkt te zijn van de toiletjuffrouw van bovengenoemd café, en die juffrouw is weer een tante van Tjeerd. Volgt u het nog?

Toch is het een helder verhaal, verteld in zo’n 160 pagina’s. Het eindigt met het grote feest waar bijna alle personages samenkomen. Er is dan ook sprake van een veelheid aan relaties en van geen van die relaties spat het geluk er van af. De eerste zin, ‘Het leven is vurrukkulluk’ mag dan ook ironisch worden opgevat. Is het daarmee ook een triest boek? Welnee. Het is een tijdsbeeld van sex, drank, feesten, muziek en dichtkunst en het wordt allemaal op lichtvoetig ironische toon gebracht. Campert schrijft in eigen stijl en dat valt op door veel woorden fonetisch weer te geven (Tsjoe-win-k’um, nijslollie, Marry-you-Anna, giegullen). Hilarisch zijn de fragmenten waarbij Etta en Boelie het huis van de buren insluipen en er net sex willen hebben als ze betrapt worden, maar ook het verhaal dat Boelie aan Ernst-Jan doet tijdens het interview;

‘Hoe verging het je in Holland?’
‘Uitstekend. Ik bezocht het gymnasium, waar ik een briljant leerling was. Ik vertaalde Sartre in het Grieks en er weer uit. Ik correspondeerde met atoomgeleerden en vond een methode uit om het slijtageproces van vlakgommen te vertragen.’
‘Ik weet niet of ik dit zo grappig vind’, zei Ernst-Jan.
Maar Boelie was niet te stuiten: ‘Ik kegelde met Hegel. Schreef ingezonden stukken in de schoolkrant. Ging vier keer per dag naar de bioscoop. Leerde het alfabet uit mijn hoofd.’

Kortom, het is een verhaal met de nodige vaart en het heeft nog lang geduurd voor er in 2018 eindelijk een film verscheen. Nu zijn die recensies niet helemaal juichend, dus ik laat het in dit geval bij het boek.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: