Vliegenboek

FullSizeRender
Jeroen Brouwers heeft een aantal bundels uitgebracht onder de naam Kladboek. Dat zijn verzamelingen van essays over uiteenlopende onderwerpen. In het verleden heb ik de eerste twee kladboeken al gelezen en Het vliegenboek is nummer drie.

Het is een beetje bijeengeraapt boek met verschillende stokpaardjes. Een aantal essays over de zelfmoord van buitenlandse schrijvers, die ook in de (nog te lezen) bundel De zwarte zon staan. Een aantal portretten van schrijvers, als Richard Minne, Karel van het Reve, Rudy Kousbroek en Walter van den Broeck. Een stuk over, onvermijdelijk haast, de uitgeverij Manteau en haar eigenaresse Angèle Manteau, waar Brouwers geen goed woord voor over heeft. Een stuk over het geboortedorp van Hitler en een mini-cursus Vlaanderen.

Het leest allemaal heerlijk weg, maar ik zat me toch een beetje af te vragen wat ik met het boek moest. Het tuurtouw stond er ook in, dat had ik ook al in een aparte uitgave gelezen, maar toen kwam ik bij het stuk over Karel van het Reve. Van hem heb ik het verzameld werk in de kast staan en dan begint Brouwers;

De opinions van Karel van het Reve zijn overwegend gebaseerd op tergende nonsens. Je kan geen deur opentrekken, geen kamer binnenkomen en geen radio aanzetten of iemand zegt dat Karel van het Reve zo’n briljante essayist zou zijn. Voorts kan je geen boekenbijlage of cultureel supplement openslaan of je leest daarin dat Karel van het Reve in zijn hoedanigheid van essayist weliswaar misschien soms een steekje laat vallen, maar dat overeind blijft dat Karel van het Reve een briljant stilist zou zijn. Karel van het Reve is het een noch het ander. Karel van het Reve is maar één ding, en dat is: lui.

En dan komt Brouwers met 38 pagina’s aan onderbouwing van zijn stelling. Fijn dan, ik kan Karel meteen met andere ogen gaan lezen. Zo krijgt ook Rudy Kousbroek een veeg uit de pan. In zijn Anathema’s, waarvan ik deel 1 las en er meer heb staan, staat blijkbaar ook klinkklare onzin. Met name deel 3 moet ik even met de stofkam door begrijp ik.

Maar het is wel Brouwers zoals ik hem graag lees, dus er valt genoeg te genieten. Hij maakt mij nieuwsgierig naar het werk van Walter van den Broeck, die een roman schreef waarin hij de koning vergezelt op een rondrit door zijn dorp. Ook de geschiedenis van de Leo J. Krynprijs (de wat? iets van achtergrond vindt u hier) is de moeite waard. Angèle Manteau krijgt er hier ook weer van langs trouwens;

Het is onterecht Angèle Manteau te bestempelen als degen die de talenten van Louis Paul Boon en Hugo Claus zou hebben ‘ontdekt’: beiden zijn ontdekt door de jury van de Leo J. Krynprijs en Angèle hoefde slechts, als was zij een haai, haar kaken te sperren om beide talenten ter opslokking toegeworpen te krijgen.

Dat kwam door de wurgcontracten die Manteau opstelde, iets waar Claus tot zijn geluk onderuit kwam omdat hij te jong was om te tekenen. Het boek sluit af met wat beschouwingen over zijn vader, die hij slecht kende en weinig gevoelens bij heeft. Het is dus een beetje van alles wat in dit boek, maar ik was snel door de ruim 440 pagina’s heen en blijf fan van Brouwers.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: