Dichtproeven

cb23cdabfe8dbb6596e45656c77444341587343
Door een stuk van medeblogger Perkamentus werd ik gewezen op een bijzondere dichtbundel, namelijk de bundel Jeugdige dichtproeven van Johanna Constantia Cleve.

Ik vond het bijzonder, omdat het een bundel is uit 1813 én omdat voorin gedrukt staat dat de dichteres “oud elf jaren” is. De oplage waarin haar gedichten zijn verschenen is niet bekend maar zal niet heel groot geweest zijn. Zij erkende namelijk iedere uitgave door de boekjes persoonlijk te signeren. De gedichten zijn gemaakt tussen 1810 en 1812, met uitzondering van het gedicht “Aan een roosje”. Dat schreef ze in het jaar dat ze acht werd.

Nu ben ik niet heel bekend met gedichten uit die tijd, laat staan met gedichten geschreven door kinderen, maar ik werd toch geboeid door het geheel. Hoewel vaak kinderlijk van toon kwam het af en toe verrassend volwassen over. Er zijn gedichten bij over de seizoenen, zoals “Lof der lente”“De zomer”, “De herfst” en “De winter”. 

Er staan gedichten in aan haar vriendinnen, een fabel, maar ook twee dankgedichten aan het dichtlievende genootschap “Kunstliefde spaart geen vlijt”. Zij kreeg van dit genootschap twee maal een prijs toegekend voor haar werk. Ook staat er een gedicht in dat is opgedragen aan haar leermeester, de Haagse dichter Thomas van Limburg.

Ik werd door de gedichten niet van mijn stoel geblazen, maar dat was ook geenszins de verwachting. Het zijn beleefde, soms moraliserende gedichten, de seizoensgedichten doen idyllisch, soms zelfs arcadisch aan. De woordkeus is van die tijd en doet af en toe komisch aan (de wereld als “rampwoestijn” aanmerken of een gedicht op het “afsterven” van een weduwe). Toch, ga er maar aan staan om als elfjarige een gedicht te schrijven aan twee treurende ouders die rouwen om de dood van een kind;

o Droevige ouders! wilt niet klagen,
o Wilt niet treuren om uw kind!
Wilt toch getroost die smarte dragen,
Daar ge uitzigt in de toekomst vindt.

Het was Gods wil die ’t u wou geven,
Het is zijn wil die ’t u ontrooft:
Wilt dan Gods wil niet tegenstreven,
Zijn’ naam zij eeuwiglijk geloofd.

Ja, al die lieve aanminnigheden,
Die lachjes liggen nu in’t graf:
Maar ’t zieltje is ook toch wel te vreden
Bij God, die ’t hier het leven gaf.

En dan nog vijf coupletten door. Wat opvalt is dat ze vaak haar kind-zijn benadrukt in haar gedichten, zoals in het gedicht als dankzegging aan haar leermeester Van Limburg, voor de geschonken werken van de dichter Poot;

o Gij, beschaver van mijn’ vruchten,
De vruchten mijner Poëzij,
Hoor deze doffe kindertoonen,
Schoon, nietsbeduidend van waardij!
Gij schonkt me de overschoone werken
Van den beroemden dichter Poot!
Hoe vloeijend rollen zijn gezangen!
Zijn naam blijft steeds onsterflijk groot!
Hoe schoon is ook ’t bevallig versje,
Hoe zeer verëerend voor een kind!
‘k ben van verrukking opgetogen,
Daar ‘k nooit een einde aan ’t danken vind.

Het zijn in totaal negenentwintig gedichten en Johanna Cleve mocht zelfs nog een dichtbundel uitbrengen, ook onder intekening, genaamd “Lentebloemen”. Wellicht schaf ik die nog eens aan. Oud is ze niet geworden, ze stierf op de leeftijd van tweeëntwintig jaar.

Cleve

Advertenties
2 reacties
  1. Ha! Ontdek nu pas dat je wat over dit ‘Wonderkind’ schreef! Nog steeds op jacht naar een exemplaar of online gelezen? Ik heb overigens op mijn pagina ‘Perkamentus elders’ onder ‘Verwijzingen / References’ een link naar dit blogstukje opgenomen. Hartelijke groet,

    Perkamentus Antiquarius

  2. Ik heb het gezien, leuk! Ik heb een gesigneerd exemplaar in huis 🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: