Papieren huis

7ce0dd12a7ccd1859387a735641444341587343

Een kort, maar intrigerend verhaal is Het papieren huis van Carlos María Domínguez. Bluma Lennon wordt overreden door een auto terwijl ze een gedichtenbundel leest van Emily Dickinson. Even na haar dood bezorgt de post een boek van Joseph Conrad op haar adres. Het boek zit onder de mortel en is, volgens de opdracht, een cadeau geweest van ene Carlos.

Bluma’s collega raakt geïntrigeerd en gaat op zoek naar deze Carlos en het verhaal achter het boek. Het brengt hem in Uruguay, waar hij in contact komt met bibliofielen. Eén van hen, Delgado, ontvangt hem om over Carlos te spreken.

Hij vertelt over het dwangmatig leesgedrag van Carlos, zijn verzamelwoede, zijn kaartsysteem om zijn boeken terug te vinden, zijn aantekeningen in zijn boeken, de strijd tegen zilvervisjes en tenslotte over zijn gekte:

Een vriend trof hem aan terwijl hij zat te eten, met op tafel een schitterende editie van Don Quichot, op een standaard geplaatst, en daarvoor een glas witte wijn. Begrijp me goed, niet het glas dat hij in de hand hield, maar een glas dat merkwaardig genoeg voor het boek was bestemd.

Carlos krijgt te maken met een brand die zijn kaartsysteem verwoest, met geldelijke problemen en verhuist. Verhuist met al zijn boeken naar een lagune, dicht bij zee. Daar laat hij een huis bouwen, een huis van papier. Voor een goed verstaander is één en één twee, dus ik zal hier stoppen met de verdere toedracht, men vogele dat zelf maar uit.

Het verhaal telt 96 pagina’s en is in een oogwenk gelezen, maar ik had het niet willen missen. Bibliofilie, behoud en verval van de collectie, de ordening van de bibliotheek, het zit er allemaal in. De tragische figuur van Carlos spreekt mij wel aan. Hij kan geen schrijvers naast elkaar zetten die elkaar niet mogen, zijn wanhopige strijd tegen de zilvervisjes, het heffen van een glas wijn met een boek, de ordening van boeken op zijn bed in de vorm van een menselijk lichaam en tenslotte zijn eenzaam verblijf in de lagune tussen zijn boeken, het is fraai neergezet. Tot slot een passage waardoor ik waarschijnlijk toch weer anders naar boeken ga kijken, uitgesproken door bibliofiel Delgado;

‘En die gangen, wat een genot.’
‘Welke gangen?’ vroeg ik beduusd.
‘Kijk, dat is een oude discussie. Niemand kan het met zekerheid zeggen of het gaat om talent van de schrijver of de voortreffelijkheid van de uitgave…maar veel lezers hoeven alleen maar naar de gangen te kijken om te weten of het boek goed is en verdient gelezen te worden.’
Delgado liep naar zijn boekenkast, haalde er een oude editie van Eugénie Grandet uit en overhandigde mij het exemplaar. Hij vroeg me om het open te slaan en op een willekeurige pagina verticale of diagonale straten te zoeken die getekend waren door de ruimtes tussen de woorden…
‘Een schrijver die geen ritme in zijn zinnen legt, lukt dat niet. Als hij de taal bederft door twee of drie woorden met meer dan vier lettergrepen in één zin te schrijven, zal hij onvermijdelijk de straat doorbreken en uiteraard ook het ritme.

We zullen zien. Ik heb nog aardig wat wereldliteratuur in het verschiet liggen en ‘de gangen’ hebben zich in mijn achterhoofd genesteld.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: