Drugs

3262127424aa1935932784e5541444341587343

Voor eenieder die binnenkort zijn eerste shot wil zetten; beter eerst Trainspotting van Irvine Welsh even lezen. Het is het onverbloemde verhaal van Mark Renton, “Rents” voor intimi, en zijn vrienden die in Edinburgh het hoofd boven water trachten te houden.

Het boek is een niet aflatende maalstroom van drugsgebruik, afkicken, geweld en sex. Niet veel meer, maar dat is nu eenmaal de wereld van de hoofdpersonen. Het taalgebruik is grof, het geweld ook en je leest dingen die je helemaal niet wilt weten. Je leest ook dingen die je wel wilt weten. Het boek geeft je in ieder geval een idee wat het betekent als je probeert af te kicken.

Het grote verval zet al in. Het begint net zoals anders, met een gevoel van misselijkheid onder in mijn maag en een onberedeneerde paniekaanval. Zodra ik merk dat ik me ziek begin te voelen verandert het gevoel moeiteloos van onbehaaglijk in ondraaglijk. Kiespijn straalt uit naar mijn kaken en oogkassen en trekt in al mijn botten met een weerzinwekkend, meedogenloos, gekmakend gebons. Het zweten begint precies op tijd, om nog maar te zwijgen van de rillingen die mijn hele rug bedekken als een laagje herfstrijp een autodak.

Je begrijpt wat beter dat iemand weer een shot wil om hier van af te komen. We worden meegenomen op een trip langs ongebreideld drugs- en drankgebruik, willekeurig geweld, waanideeën, ziekte, dood en onuitsprekelijke smerigheid. Toch werkt het. Misschien is de Engelstalige versie het mooist om te lezen omdat het in het Schotse accent is geschreven. Dat vereist wellicht een behoorlijke inspanning maar het is bedoeld om nog dichter op de huid van de hoofdpersonen te zitten. Ik heb gekozen voor de vertaalde versie en ook dat leest goed weg. Ik sla op goed geluk het boek open en citeer:

Ik pak de reserveringskaartjes en stop ze in mijn zak. “Die zijn godverdomme helemaal niet gereserveerd. Ik zal die klootzakken eens reserveren,” zeg ik en lach tegen een van de wijven. Wat zullen we godverdomme nou krijgen. Veertig pond voor zo’n teringkaartje. Hondsbrutaal, die kutten van British Rail, dat kan ik je wel vertellen. Rents haalt zijn schouders op. Die lul heeft een groene baseballpet op. Die gaat het raam uit als die klaplul in slaap valt, dat verzeker ik je.

En dan valt dit fragment nog wel mee. Toch heb ik niet het idee dat dit taalgebruik dient om onnodig te shockeren, het komt authentiek over. Zelfs ouders en grootouders hebben een leven achter de rug van ruzies en gebroken relaties. Een mooi fragment is de reactie van de vader als zoon vertelt dat hij seropositief is:

Uiteindelijk heb ik mijn ouders toch verteld dat ik seropositief ben. Mijn moeder kon niets anders doen dan mij in haar armen sluiten en huilen. Mijn ouwe heer zei niets….Toen zijn snikkende vrouw vroeg of hij niets te zeggen had, zei hij: “Nou ja, wat valt er te zeggen”. En dat bleef hij maar herhalen. Al die tijd keek hij me niet één keer aan…Later die avond, toen ik weer op mijn flat was, ging de bel…Enkele minuten later stond mijn ouwe heer in de deuropening met tranen in zijn ogen. Het was voor het eerst dat hij mij in mijn flat opzocht. Hij kwam op me af en nam me in een verpletterende omarming, snikkend en alsmaar herhalend: “Mijn jochie.”

Wat het verhaal zo boeiend maakt is dat het wordt verteld vanuit de diverse personages uit de vriendenclub. Het legt de verhoudingen binnen de groep bloot en ook dit zorgt ervoor dat je het van dichtbij mee beleeft. Niet voor mensen die zich storen aan de grofheden van dit bestaan, wel voor eenieder die zijn ogen niet sluit voor de rauwe werkelijkheid zoals die nog steeds bestaat.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: