Duivelinnen

0851b48d1aef233593561515751444341587343

Het boek Duivelinnen en demonen van Jules Amédée Barbey d’Aurevilly zorgde bij het eerste verschijnen in 1874 voor grote opschudding. De schrijver kreeg prompt een aanklacht aan zijn broek vanwege zedenbederf. Reden genoeg om het boek eens te lezen.

Nu maakt de schrijver meteen een slechte beurt bij mij, want hij blijkt een onomwonden mening te hebben over Goethe, een schrijver waar ik veel genoegzame uren mee heb doorgebracht:

Nou, u zult het nooit geloven – of toch, u zult het geloven als u Goethe hebt gelezen – de grote Goethe verveelde me, hij kogelde me neer van verveling…Zonder Frankrijk…zou Goethe slechts zijn Duitse lawaai hebben gemaakt – wat klokkende geluidjes in een inktfles!

Daar kan Goethe het mee doen. Barbey d’Aurevilly moet zichzelf na zo’n uitspraak wel even bewijzen en ik moet zeggen, hij komt een eind. Er staan zes verhalen in het boek die stuk voor stuk portretten geven van “duivelse” personages. In het nawoord staat dat de verteller inspeelt op de ongezonde nieuwsgierigheid van zijn luisteraars, die zo medeplichtig worden aan de gebeurtenissen, met andere woorden, aan het kwaad.

Dat kwaad speelt zich in het eerste verhaal af achter een rood gordijn. Een reiziger vertelt aan een medepassagier wat hij achter dat gordijn heeft meegemaakt, een amoureus avontuur met een macaber eind. Een ander verhaal laat Don Juan vertellen welke van zijn veroveringen hem het liefst was. Ook dat is niet wat men verwacht. Verder is er het verhaal van een overspel, moord en een stel dat hier zielsgelukkig van wordt.

Prachtig is het verhaal over La Pudica, een vrouw die even kuis als wellustig is. Ze gaat vreemd met het voltallige dragonderregiment maar gaf zich aan niemand:

Zij wentelde zich in haar kuisheid en haar schaamte, en bleef onder de teugelloosheid van onze opgezweepte zinnen ondoorgrondelijk als een sfinx.

Het laatste verhaal is een mooie proeve van ultieme wraak. De comtesse de Sierra Leone wordt uitgehuwelijkt aan een graaf voor wie ze geen liefde voelt. Ze krijgt een minnaar maar de graaf laat hem vermoorden. Zij zal er voor zorgen dat hij geconfronteerd wordt met datgene wat hij het meest vreest, de teloorgang van zijn familienaam.

Er komen een paar gruwelijke scènes voor die ik niet zal citeren om een x-rating te voorkomen, maar Barbey d’Aurevilly weet ook weg met bloemrijke beschrijvingen:

Je moest eens zien hoe, bij de geringste woordenwisseling zijn vulkanische borstkas uitzette en hij nog bleker werd, hoe zijn voorhoofd doorklieft raakte met golvende rimpels, zoals de zee in een ziedende orkaan, en zijn pupillen als twee vlammende kogels uit het hoornvlies schoten alsof ze zijn toehoorders wilden treffen.

Heerlijk. Prachtige verhalen met rafelranden uit de Zwarte Romantiek, verluchtigd met gravures die de Belgische kunstenaar Félicien Rops maakte voor de uitgave van 1882.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: