Titaantjes

309ec1cb21855f6593331665767444341587343

We zijn 75 Boekenweken ver en daarom had de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (Stichting CPNB) bedacht om 75 auteurs uit te nodigen een brief aan hun jongere ik te schrijven. Het thema is immers “Opgroeien in de letteren” dus hier moet een mooi boek uit te halen zijn, zo dacht men.

Het eindresultaat is een mooi gebonden boek met de titel Titaantjes waren we: Schrijvers schrijven zichzelf.

Hieronder niet de minsten: Komrij, Campert, Hemmerechts, Mortier, A.F.Th., Van Dis, Bernlef en ga zo maar door. Arnon Grünberg heeft beleefd geweigerd:

Om te beginnen ontbreekt mij de tijd maar, belangrijker nog, ik zou niet weten wat ik anders aan mijn jongere alter ego zou kunnen schrijven dan ‘het was beter geweest als je niet was geboren’.

Slap antwoord. Als je dat al vindt maakt een beetje schrijver (en dat kan hij best) daar een goed verhaal van. Velen echter lieten zich wel inspireren, met wisselend resultaat. Als ik zo links en rechts de recensies lees vindt men vaak de brieven te lief, te aardig. Dat klopt, men is vaak coulant voor junior. Op zich heb ik daar niet zo’n moeite mee, 75 foeterpartijen gaan ook vermoeien. Toch zijn die bijdragen die hun jongere uitvoering een beetje aanpakken de interessantste. Adriaan van Dis heeft een korte bijdrage maar een boeiende (weest gewaarschuwd, het is de ontknoping van zijn kort verhaal). Hij zegt tegen de jonge Van Dis over zijn toekomst:

Maar je kan er aan ontsnappen. Pak je jas. Nu. Je duffel is de zwaarste niet?…en dan de zee in. Richting Engeland zwemmen. Je zal verdrinken. Je hele leven zal in een film aan je voorbij gaan. Een korte film in jouw geval. Wees blij. Ik ken de lange film. Niet geschikt voor kinderen onder de tien.

Ook Bart Moeyaert pakt zichzelf alsnog bij de lurven in zijn verhaal. Hij eindigt zijn sfeertekening van Zürich en Antwerpen met

Veel groeten,

Weinig Liefs,
Bart

Esther Gerritsen is ook niet mals voor Esthertje:

Het spijt me, maar ik moet het tegen je zeggen: wat moet ik met die beroerde herinneringen die jij nu voor mij maakt? Sta jij daar wel eens bij stil? Dat ik het de rest van mijn leven met die beelden moet doen, waar jij nu zo laf mee omspringt, enkel en alleen omdat jij de dagen zo pijnloos mogelijk wilt doorkomen. Denk je dat ik die foto’s koester, waar jij zo kleurloos op staat?

Kijk, dat leest lekker weg. Verder is het gewoon aardig om een kijkje in de jeugd van een aantal schrijvers te nemen. Gerrit Komrij en Edward van de Vendel komen dicht bij hun jongere ik. Edward gaat er mee op stap, hand in hand. Gerrit spreekt hem toe maar geeft aan dat ze meer dan ooit samen zijn. Beiden geven aan dat het jongetje de volwassene wat te leren heeft. Dat zijn mooie verhalen.

Geen tegenvallers dan? Mwah, het is maar wat je er in zoekt. De brief van Aaf Brandt Corstius leek op een vluchtig geschreven haastklus en ik hoor bij Leon de Winter altijd een verongelijkte toon over zijn Joodse afkomst, ook hier weer in zijn brief. Maar ieder zijn meug.

Om onnavolgbaar af te sluiten een stukje Midas Dekkers als hij Wandert (zo heette hij toen) aanspreekt:

Ik ben jou niet en jij bent niet mij. Toch zijn we dezelfde. Vergelijk het met een rups en een vlinder. Geen rups haalt het in zijn hoofd om nichterig te gaan fladderen, geen vlinder wil geloven dat hij ooit zo’n pafferig worstje was. Toch zijn ze uit elkaar voortgekomen.

Prachtig stukje uit een prettig leesbaar boek. Mooi initiatief bij deze boekenweek.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: